De Talen

Tijdschrift voor iedereen met interesse in talen en vertalen


Nederlands-Duits


Henry Hudson in Amsterdam

Henry Hudson in Amsterdam

1.
In de herfst van 1608 arriveerde een Engelse zeeman in Amsterdam, een onbesuisde Brit die wereldfaam zou verwerven vanwege een reis die hijzelf als een mislukking beschouwde, een zekere Henry Hudson.

Im Herbst des Jahres 1608 traf in Amsterdam ein englischer Seefahrer ein, ein ungestümer  Brite, der wegen einer Reise, die er selber als [einen] Misserfolg betrachtete, Weltruhm erwerben sollte, ein gewisser Henry Hudson.

 

Henry Hudson in Amsterdam: Henry Hudson in Amsterdam. Er zijn geen varianten mogelijk.  

In de herfst van 1608 arriveerde een Engelse zeeman in Amsterdam: im Herbst von 1608 kam ein englischer Seemann in Amsterdam an. Vom Jahr[e] 1608 is spreektaal resp. omgangstaal, in een schriftelijke tekst als deze is het incorrect. Passabel: im Herbst 1608. Het werkwoord arrivieren heeft uitsluitend op carrière, maatschappelijke positie e.d. betrekking, bijv. ein arrivierter Künstler, zu den Arrivierten gehören. De betekenis ‘aankomen’ heeft arrivieren niet. Let erop dat de werkwoorden ankommen en eintreffen met een voorzetsel + dat. / acc. de datief regeren: in der Stadt ankommen, um sechs Uhr auf dem Flughafen Köln eintreffen. Voegen we hier aan Amsterdam een bepaling toe, dan zou deze dus in de datief moeten staan: in der Stadt Amsterdam eintreffen / ankommen.

een onbesuisde Brit die wereldfaam zou verwerven: ein unbesonnener Brite, der [sich] Weltruhm erlangen / erringen sollte. Ungestüm is iets sterker dan unbesonnen. Dit laatste adjectief eindigt op –en; daar dienen de verbuigingsuitgangen nog aan toegevoegd te worden: ein unbesonnener Brite. Kopflos wijkt in betekenis te zeer af. Deze bijstelling bij “een Engelse zeeman” resp. ein englischer Seefahrer moet uiteraard in de nominatief staan. Weltreputation is zeker geen verbetering; eine Weltreputation is foutief. Dit geldt ook voor weltberühmt werden, dat te zeer afwijkt. We hebben in deze zin niet te maken met het “zou” (= würde) van de niet-werkelijkheid, maar met het “zou” van de toekomst, dat een realiteit aanduidt, bijv. er sollte nach seiner Auswanderung die Heimat nicht wiedersehen.   

vanwege een reis die hijzelf als een mislukking beschouwde, een zekere Henry Hudson: wegen einer Reise, die er selbst für einen Misserfolg hielt, ein gewisser Henry Hudson. Durch is zeker geen verbetering (passabel). Er selber / selbst wordt niet aaneengeschreven. Wanneer de zin in het passief wordt omgezet, dan luidt deze: die von ihm selber als ein Misserfolg betrachtet wurde. Als ein Misserfolg dient dan als nominatief te worden gebruikt, omdat het nu op het onderwerp van de zin betrekking heeft. Als misslungen betrachten is correct, evenals als Fehlschlag / Misslingen; Fiasko is iets sterker (passabel). Juist is ook wegen einer von ihm selbst als misslungen betrachteten Reise. Sehen als kan ook wel, maar niet halten wie. Het tekstgedeelte met wegen einer Reise dient aan Weltruhm erwerben sollte vooraf te gaan. Ein gewisser Henry Hudson mag ook onmiddellijk na er selber worden geplaatst.

2.
De zeeman maakte vermoedelijk kennis met de stad vanaf dezelfde plek als de hedendaagse treinreiziger: vanaf het IJ.

Der Seefahrer lernte die Stadt vermutlich von derselben Stelle aus kennen wie der heutige Bahnreisende: vom IJ aus.

De zeeman maakte vermoedelijk kennis met de stad: der Seemann machte voraussichtlich mit der Stadt Bekanntschaft. Ook bekannt werden mit en sich bekannt machen mit zijn correct, maar niet die / seine Bekanntschaft machen en ook niet einführen in + acc. Mutmaßlich komt vooral in combinatie met substantieven als Täter en Mörder voor (= vermeend); wahrscheinlich en vooral wohl zijn zwakker. Let op de woordvolgorde: die Stadt resp. mit der Stadt mogen niet aan het einde van dit tekstgedeelte staan. Dit geldt in mindere mate ook voor von derselben Stelle aus.

vanaf dezelfde plek als de hedendaagse treinreiziger: vanaf het IJ: an der gleichen Stelle wie der heutige Bahnfahrer / Zugreisende / -passagier: vom Fluss IJ aus. Ab + dat. is eventueel ook mogelijk, hoewel het geen verbetering vormt. Dit voorzetsel komt met name in handels- en ambtelijke taal voor. Von … an heeft temporele betekenis, bijv. von heute an. Stehend auf is eveneens foutief. Ort en Platz kunnen ook wel, hoewel dit laatste substantief hier ook als ‘plein’ zou kunnen worden geïnterpreteerd. Er is een onderscheid te maken tussen derselbe en der gleiche; vergelijk de volgende voorbeelden: sie trug denselben Mantel wie gestern en sie trug den gleichen Mantel wie ihre Freundin. Het onderscheid wordt niet altijd strikt gemaakt. Na dit voornaamwoord resp. bijvoeglijk naamwoord moet het voegwoord wie worden gebruikt, als is foutief; dit laatste is met name na een vergrotende trap gebruikelijk. Eisenbahnreisende[r] is wat veel van het goede (passabel). Stelle, wo … abfährt is te omschrijvend. Na wie moet hier de nominatief volgen, omdat Bahnreisende[r] naar der Seefahrer verwijst. Ook in het Duits is das IJ gebruikelijk, niet de schrijfwijze das Ij (wel: das Ijsselmeer).

3.
Ze zouden in de komende maanden veel met elkaar te maken krijgen, de stad en deze zeeman, en samen zelfs wereldgeschiedenis schrijven – al was het op een andere manier dan beiden voorzagen.

Sie sollten in den nächsten Monaten viel miteinander zu tun bekommen, die Stadt und dieser Seefahrer, und zusammen sogar Weltgeschichte machen – wenn auch auf [eine] andere Art und Weise als beide vorhersahen.

Ze zouden in de komende maanden veel met elkaar te maken krijgen, de stad en deze zeeman: sie sollten während der kommenden / bevorstehenden Monate viel miteinander zu schaffen haben, die Stadt und dieser Seemann. We hebben hier met hetzelfde ‘zou’ te maken als in zin 1; alleen sollten is dus mogelijk. Mit etwas / jmdm. zu tun haben betekent “mit etwas / jmdm. umgehen, in Berührung kommen” (Duden-Universalwörterbuch). In dit geval kan geen es worden toegevoegd; met die combinatie zijn diverse andere betekenissen verbonden. In den [darauf] folgenden Monaten is correct; um ein Bedeutendes niet. Dit is vooral met een comparatief te verbinden, bijv. um ein Bedeutendes besser. Samenstellingen met –einander, zoals mit-, von-, durch-, untereinander worden steeds aaneengeschreven. Die Stadt und dieser Seemann verwijzen naar het onderwerp van de zin en staan dus ook in de nominatief. Plaatsing voor in de zin is toegestaan.  

en samen zelfs wereldgeschiedenis schrijven: und sogar gemeinsam Weltgeschichte schreiben. Er zijn hier geen andere varianten.

al was het op een andere manier dan beiden voorzagen: obwohl / sei es in einer anderen Weise / in anderer Weise als die beiden voraussahen. Het woordje ‘al’ is hier een voegwoord van toegeving (concessief); als vertaling komt ook wenn schon in aanmerking, maar niet auch wenn, wäre es schon, wenn es auch wäre. Wel: wenn es auch war. Anderswie is goed, unterschiedlich kan hier echter niet worden gebruikt. Let erop dat auf hier de accusatief heeft en in de datief. Vergelijk ook: auf jeden Fall en in jedem Fall. Na anders en ander- volgt het voegwoord als (Nederlands ‘dan’); wie en dann zijn uitgesloten. Beiden en die beide zijn onjuist; beide wordt als dies- verbogen, maar na een lidwoord krijgt het de adjectief-verbuiging. Erwarten, ahnen en sich vorstellen wijken enigszins af (passabel).

4.
De stad bestond al een paar eeuwen, maar toch was Amsterdam nog jong, in dat najaar van 1608.

Die Stadt existierte schon seit einigen Jahrhunderten, aber trotzdem war Amsterdam noch jung, in jenem Spätjahr von 1608.

De stad bestond al een paar eeuwen: die Stadt bestand / gab es bereits ein paar Jahrhunderte. Die Stadt is het onderwerp (= nominatief) van existieren en bestehen, maar het object (= accusatief) van es gab. Vor (= geleden) wijkt te zeer af; het gaat hier om de aanduiding van een tijdsduur. Behalve de bijwoordelijke accusatief van tijd kunnen voorzetsels als seit (+ dat.) of während (+ gen.) worden gebruikt.  

maar toch was Amsterdam nog jong, in dat najaar van 1608: aber dennoch war Amsterdam noch jung, in diesem Herbst des Jahres 1608. Ook: Amsterdam war aber doch noch jung, maar niet aber jedoch war Amsterdam noch jung. Im Herbst is te zwak als vertaling van ‘in dat najaar’. Vom Jahr[e] 1608 is onjuist; dit is hoogstens in de spreektaal acceptabel. Naar analogie van Frühjahr (= voorjaar) is ook Spätjahr te vormen, waarvoor op internet ook vindplaatsen voorkomen. Let erop dat das Vorjahr ‘het vorig jaar’ betekent.

5.
Veel bekende gebouwen en torens ontbraken nog aan het stadsbeeld dat zich voor de arriverende reiziger ontvouwde.

Viele bekannte Gebäude und Türme fehlten noch im Stadtbild, das sich dem Reisenden bei seiner Ankunft auftat.

Veel bekende gebouwen en torens ontbraken nog aan het stadsbeeld: viele bekannte Bauwerke / Bauten und Türme fehlten noch im Stadtbild. ‘Ontbreken’ resp. fehlen betekent hier ‘er nog niet zijn, nog niet voorkomen’. Fehlen + dat., bijv. dem Stadtbild fehlen heeft vooral de betekenis “vermisst werden” (Duden-Universalwörterbuch): “deine Hilfe wird mir sehr fehlen”. Ook es fehlte noch an vielen … Gebäuden wijkt enigszins af = ‘in onvoldoende mate voorhanden zijn’, bijv. es fehlt uns an gut ausgebildeten Lehrern und Lehrerinnen. Beide vertalingen zijn als passabel geklassificeerd. Vielen bekannten Gebäuden fehlten noch is uiteraard grammaticaal-syntactisch niet goed. Ook am / an dem Stadtbild is onjuist. Straßenbild staat er niet.

dat zich voor de arriverende reiziger ontvouwde: das sich dem [gerade] eintreffenden / [gerade] angekommenen Reisenden darbot / entfaltete. Arrivieren is in het commentaar van zin 1 reeds besproken. ‘Een reiziger’ is ein Reisender; dit tegenwoordig deelwoord wordt net als een bijvoeglijk naamwoord verbogen. De uitgang –er is dus flexibel in afhankelijkheid van eventuele ‘Bestimmwörter’. Sich zeigen is ook wel mogelijk, maar niet sich ausbreiten. De genoemde werkwoorden kunnen met vor [den Augen des] worden gecombineerd, maar niet met für.

6.
De grote koopmanshuizen aan de Buitenkant – de latere verkeersader van de Prins Hendrikkade – moesten nog worden gebouwd.

Die großen Kaufmannshäuser an der Buitenkant – der späteren Verkehrsader der Prins Hendrikkade – mußten noch gebaut werden.

De grote koopmanshuizen aan de Buitenkant … moesten nog worden gebouwd: die großen Häuser der Kaufleute an der Buitenkant … mußten noch erbaut / errichtet werden. Zoekwerk op internet leverde op dat ‘koopmanshuizen’ in vroeger eeuwen zowel voor bewoning werden gebruikt als voor opslag van handelsgoederen. Bovendien heeft zich ‘koopmanshuis’ tot een stijlbegrip in de architectuur ontwikkeld (zie Google, onder het trefwoord ‘koopmanshuis’). Als synoniemen worden verder o.a. handelshuis, -onderneming, -firma genoemd. Op grond van dit laatste kunnen ook Geschäfts-, Handelshäuser als vertaling worden gebruikt. Kaufmannshäuser is echter specifieker en past beter in de historische context van dit tekstfragment. ‘Buitenkant’ is hier, - met name gezien de schrijfwijze met een hoofdletter, maar ook vanwege de toevoeging van een appositie – een eigennaam en moet daarom onvertaald blijven. Wasserseite en Außenanlage zijn dus foutief. Voor ‘Buitenkant’ is die als lidwoord te prefereren. Müssen drukt hier in brede zin een noodzakelijkheid uit; sollen is niet geheel uit te sluiten, maar heeft een duidelijk andere betekenis (= opdracht). Sein + zu + inf. is geen verbetering.

de latere verkeersader van de Prins Hendrikkade: der späteren Verkehrsader der Prins Hendrikkade.  We hebben hier met een bijstelling te maken, bij ‘aan de Buitenkant’. De naamvallen van het antecedent en de bijstelling moeten daarom met elkaar overeenkomen: datief. Het feit dat hier liggende streepjes zijn gebruikt in plaats van komma’s, maakt geen verschil. Verlauf is onjuist. De eigennaam ‘Prins Hendrikkade’ blijft onvertaald; dus niet: Prinz, Heinrich, Kai. Ook ligt het vrouwelijk geslacht voor ‘Prins Hendrikkade’ voor de hand.

7.
De stad hield zo’n beetje op waar nu het centrum ligt, bij de Oude Schans en de Haarlemmersluis.

Die Stadt hörte [so] ungefähr auf, wo sich jetzt die Stadtmitte befindet, an der Oude Schans und der Haarlemmersluis.

De stad hield zo’n beetje op waar nu het centrum ligt: die Stadt endete etwa / mehr oder weniger dort / da / an der Stelle, wo heutzutage das Zentrum / die Innenstadt liegt. Ihr Ende finden is geen fraaie combinatie in deze context. Irgendwie (= op de een of andere manier) wijkt in betekenis te zeer af. Sein i.p.v. sich befinden of liegen is algemener (passabel). 

bij de Oude Schans en de Haarlemmersluis: bei / nahe der Oude Schans und der Haarlemmersluis. Ook hier geldt opnieuw dat de eigennamen onvertaald dienen te blijven, niet dus …Schanze en … Schleuse.

8.
Ook de drukte had een totaal ander karakter.

Auch die lebhafte Tätigkeit hatte einen völlig anderen Charakter.

Ook de drukte had een totaal ander karakter: auch der Trubel / die Geschäftigkeit / die Betriebsamkeit hatte einen ganz / total anderen Charakter. Das Stadtgewühl, die Belebtheit en das Treiben benadrukken enigszins andere betekenisaspecten, maar zijn passabel; der Betrieb, die Art der Hektik, die Lebhaftigkeit des Verkehrs / der Verkehr wijken daarentegen te zeer af. War völlig anderer Art, von ganz anderer Natur / Qualität zijn wel juist. Charakter is mannelijk, niet onzijdig, verschieden is niet goed.

9.
De meeste bebouwing was half zo hoog als nu.

Der größte Teil der Bebauung war halb so hoch wie jetzt.

De meeste bebouwing was half zo hoog als nu: die Mehrzahl der Βauwerke / Gebäude / Bauten war halb so hoch wie heute / heutzutage. Die meisten Gebäude waren … is eveneens correct, maar die meiste Bebauung is zeker niet fraai. Duden-Stilwörterbuch bevat echter wel het voorbeeld “die meiste Zeit des Jahres ist er auf Reisen”. Juist is ook die Gebäude waren größtenteils …Het bijwoord so correspondeert met wie, als komt voor na de vergrotende trap, bijv. klűger als ihr Bruder. In zin 9 is als uitgesloten. Zurzeit is geen verbetering.

10.
Een plein als de Dam leek daardoor veel weidser, en de Nieuwe en de Oude Kerk torenden als giganten boven de huizen uit.

Ein Platz wie der Dam schien dadurch viel monumentaler, und die Nieuwe und die Oude Kerk ragten als Giganten über die Häuser hinaus.

Een plein als de Dam leek daardoor veel weidser: ein Platz wie der Dam sah demzufolge viel geräumiger / stattlicher aus. Hier is als ook niet op zijn plaats, omdat dat een gelijkheid aanduidt, niet een voorbeeld: als Mutter (= omdat zij de moeder was) hatte sie ihre Kinder immer geliebt. Wie eine Mutter … zou een vergelijking uitdrukken: net als een moeder. Der Dam is mannelijk, omdat het Duitse equivalent Damm eveneens mannelijk is. Ook hier blijft de eigennaam onvertaald en onveranderd, dus met één –m. Erscheinen is in de hier bedoelde betekenis ongebruikelijk; het komt vooral voor met een datiefobject, bijv. deine Erklärung erscheint mir unglaubwűrdig. So kan wel, maar is iets zwakker; deswegen wijkt iets af en vormt geen verbetering. Pompös is wat negatief, großartig heeft daarentegen juist een positieve associatie. Ook goed is ausgedehnt, maar niet weit en groß.

en de Nieuwe en de Oude Kerk torenden als giganten boven de huizen uit: und die Nieuwe sowie die Oude Kerk erhoben sich / türmten sich wie Giganten / Riesen über die Häuser. Emporragen is ook correct, maar niet ausragen en sich hinaustürmen. Sich hinausheben wordt in de eerste plaats figuurlijk gebruikt, bijv. sich über jmdn. hinausheben. Hier zijn als en wie beide te verdedigen, met een gering betekenisverschil; zie hiervoor de zojuist gegeven uitleg. Oben is een bijwoord, geen voorzetsel; daarom is het hier uitgesloten. Let erop dat werkwoorden als hinausragen het voorzetsel über + acc. bij zich hebben, geen datief.

11.
Een versterking als de Schreierstoren – nu een café dat je achteloos passeert – was als een machtige vuist die het IJ instak.

Eine Verteidigungsanlage wie der Schreierstoren – heute ein Lokal, an dem man achtlos vorübergeht – war wie eine mächtige Faust, die bis in das IJ reichte.

Een versterking als de Schreierstoren … was als een machtige vuist, die het IJ instak: eine Befestigung[sanlage] / Festung[sanlage] wie der Schreierstoren … sah wie eine kräftige Faust aus, die in das IJ vorstieß / ragte. Ein Festungswerk is ook goed, maar niet eine Verstärkung. Hier komt in de Duitse tekst tweemaal wie voor; in het commentaar bij de vorige zin is het verschil tussen als en wie besproken. Gewaltig is te algemeen, Faust is qua geslacht vrouwelijk, dus niet wie ein mächtiger Faust. De betrekkelijke bijzin kan ook als deelwoord worden weergegeven: wie eine ins IJ vorstoßende mächtige Faust. Sich strecken in + acc. kan ook wel, hoewel het in deze betekenis slechts zelden voorkomt. Foutief zijn hier: herein- / hineinstechen, einstechen, [hinein]stecken, ein- / vorstecken en durchfurchen.

nu een café dat je achteloos passeert: heutzutage / jetzt eine Gaststätte / ein Café, an der / dem man unachtsam vorbeigeht. Lokal is de algemeenste aanduiding; ook juist zijn Gastwirtschaft en Schänke, maar Kneipe, Wirtschaft en Wirtshaus zijn iets te negatief. Volgens de informatie van internet is het café intussen een tamelijk deftige zaak. Woran is geen verbetering. Achtungslos en lässig hebben andere betekenissen. Passieren betekent o.a. ‘een grens passeren; gebeuren’, maar niet ‘langs iets / iem. gaan’.

Geert Mak, in 1609. De vergeten geschiedenis van Hudson, Amsterdam en New York. Stichting Henry Hudson 400, 2009, pag. 12-13.

 

terug